Kan Afrika deze keer echt een einde maken aan honger?

7 augustus 2013

Door Davinder Kumar, hoofd communicatie Plan West-Afrika

Einde-aan-honger1-201004-NER-02-lprVorige maand, ver weg van het rumoer van de G8, werd in Addis Abeba in alle stilte een historisch pact gesloten. Tijdens een top in de Ethiopische hoofdstad zworen de aanwezige Afrikaanse ministers een heilige eed om een einde te maken aan honger op het Afrikaanse continent. Ze stelden een hele reeks maatregelen vast om uiterlijk in 2025 honger te hebben uitgebannen, van nationaal beleid tot gerichte fondsenwerving en de belofte de Afrikaanse landbouwrevolutie te onketenen, waar Afrika al decennia tevergeefs op wacht.

Deur open

Met de Verklaring van Addis Abeba committeren Afrikaanse staten zich eraan hun deur open te zetten voor ideeën uit landen als Brazilië, China en Vietnam, waar honger succesvol is aangepakt. Maar tijdens de top werd ook het belang benadrukt om te leren van ontwikkelingen in Afrika zelf – zoals in landen als Ethiopië, Niger en Malawi, waar een aantal gemeenschapsprogramma’s goed hebben gewerkt bij het bestrijden van honger en ondervoeding. Bovendien werd, in samenspraak met de ook aanwezige FAO (de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties) erkend hoe complex het hongerprobleem is en hoe belangrijk het is het verband te leggen met ondervoeding en de rol van vrouwen te erkennen, die 70 procent van het werk in de landbouw voor hun rekening nemen. Ook de essentiële rol van jongeren is in de verklaring opgenomen. Zij kunnen ervoor zorgen dat technologie wordt ingezet bij het verbeteren van de landbouwproductie.

Een golf van zelfvertrouwen

Het is gemakkelijk om de Verklaring van Addis Abeba weg te wuiven als een zoveelste belofte die zal worden gebroken. Het Afrikaanse continent voert een chronische strijd met honger, 240 miljoen mensen – dat is bijna een op de vier Afrikanen – heeft geen voedselzekerheid en ondervoeding eist, direct of indirect, duizenden kinderlevens per jaar. Een einde aan honger? Met die staat van dienst? Dat zal nooit lukken.

En toch, ondanks de historie van vastgelopen initiatieven en niet nagekomen beloftes, hangt er verandering in de lucht. Een golf van zelfvertrouwen gaat door het Afrika van vandaag. Van Ouagadougou tot Addis Abeba, in steden, buitenwijken en dorpen is een snelle verandering voelbaar, gevoed door de ongekende economische groei in veel Afrikaanse landen. Volgens de Wereldbank realiseert meer dan een derde van Afrika een jaarlijkse economische groei van minstens 6 procent; de rest is nog altijd goed voor een groei van minstens 4 procent.

Bedrijvigheid

Zelfs de meest arme streken zinderen van de economische activiteit. Er is misschien nog steeds niet genoeg te eten voor iedereen, maar de mobiele telefoon heeft de meest verre uithoeken bereikt en de verkoop van prepaid-telefoonkaarten groeit dagelijks als bedrijfstak. De vooral jonge bevolking van Afrika zweept de economische bedrijvigheid op tot nieuwe hoogtes. Ondanks alle crises is in Afrika een ongekende omwenteling gaande. De toekomst blijft onzeker, maar een ding is duidelijk: het zelfvertrouwen van Afrikaanse staten groeit. En het zou goed kunnen dat juist dat zelfvertrouwen deze keer het verschil maakt bij het aangaan van een gemeenschappelijk pact om honger uit te bannen.

Mijlpaal

Het is inmiddels algemeen geaccepteerd dat honger, in Afrika of waar ook ter wereld, niet kan worden uitgebannen door een toename van de voedselproductie alleen. Toegang tot voedsel vraagt meer dan alleen de beschikbaarheid ervan. Het is nodig alle factoren die bijdragen aan voedselonzekerheid te integreren in een succesvolle aanpak, waaronder bijvoorbeeld sociale en economische ongelijkheid.

Het is dan ook een mijlpaal dat de Verklaring van Addis Abeba de deur openzet voor niet-overheidspartners, zoals boerenorganisaties, de private sector, het maatschappelijk middenveld en de wetenschap om gezamenlijk te zoeken naar effectieve oplossingen voor het hongerprobleem. En er zijn al voorbeelden van innovatie en van nieuwe benaderingen die hun vruchten afwerpen. In de Sahel boekt Plan bijvoorbeeld resultaten met microfinanciering via vrouwenspaar- en leengroepen. In tijden van schaarste blijft voedsel daardoor beschikbaar en wordt ondervoeding voorkomen. De voordelen daarvan reiken verder dan het tegengaan van honger: kinderen kunnen op school blijven, waardoor kinderarbeid kan uitblijven en meisjes minder vaak jong worden uitgehuwelijkt.

Dit is hun kans

Sterk politiek leiderschap is essentieel voor het uitbannen van honger. Het succesverhaal van Brazilië – tijdens de top uiteengezet door voormalig president Lula zelf – is een voorbeeld van succesvol leiderschap en politiek commitment om honger aan te pakken. Een aantal Afrikaanse staten heeft al belangrijke stappen gezet. Volgens de FAO lopen 11 Afrikaanse landen zelfs voor op de internationaal vastgestelde deadlines in het kader van de millenniumdoelen.
De top in Addis Abeba om een einde te maken aan honger in Afrika heeft de piketpaaltjes geslagen om deze goede voorbeelden te volgen.

Er is dus hoop voor nieuwe en effectieve actie, ondanks reële twijfels en een Afrikaanse erfenis van mislukkingen en gebroken beloftes. Want nog nooit eerder kende Afrika zo’n economische groei en was er zoveel zelfvertrouwen dat verandering werkelijk mogelijk is. Onze blik is nu gericht op Afrikaanse overheden die dit elan moeten omzetten in politiek commitment en actie. Dit is hun kans om honger uit te bannen. Die kans moeten ze nu grijpen.

Inspireer je vrienden

Steun het werk van Plan! Sponsor een kind of steun onze meisjesprojecten!

Hoe kun jij helpen?

Steun onze meisjesprojecten

Lees meer over investeren in meisjes

Sponsor een kind

Voor 25 euro per maand

Geslacht
Leeftijd
Lees meer over het sponsoren van een kind