Investeren in meisjes doorbreekt armoedespiraal

7 maart 2013

Door Monique

Wereldwijde vrouwenemancipatie

Meisjes veilig toegang geven tot onderwijs is de sleutel om armoede zo snel mogelijk de wereld uit te bannen.

Monique van 't HekIn Nederland wordt nog wel eens schamper gedaan over vrouwenemancipatie. Maar of die hier nu al voltooid is of niet, de wereldwijde situatie van meisjes en vrouwen is bedenkelijk. Reden genoeg voor de Verenigde Naties om daar vandaag op Internationale Vrouwendag over te vergaderen. Een delegatie van door Plan gesteunde meisjes uit El Salvador, Oeganda, Vietnam, Finland en Noorwegen spreekt tijdens de 57ste Commissie over de Status van Vrouwen (CSW). Zij delen met de afgevaardigden hun ervaringen en ideeën om geweld tegen meisjes op scholen en in de stad tegen te gaan. Dit geweld is één van de grootste barrières voor meisjes in het voltooien van hun opleiding.

Tussen de 500 miljoen en 1,5 miljard kinderen zijn ieder jaar slachtoffer van geweld, vaak binnen schoolmuren. Meisjes zijn vooral kwetsbaar voor verkrachting, uitbuiting, dwang en discriminatie gepleegd door medestudenten en leerkrachten. De gevolgen laten zich raden: ongewenste zwangerschappen, slechte schoolprestaties en hoge uitvalcijfers. Dit is niet alleen dramatisch voor de meisjes die het overkomt, het houdt landen ook gevangen in armoede.

201303-USA-34Om armoede de wereld uit te bannen is het namelijk het slimst om te investeren in opleidings-en carrièremogelijkheden van meisjes en jonge vrouwen. Niet alleen omdat zij daar recht op hebben. En ook niet alleen om bedrijven die nu kansen zien in Azië, Afrika en Latijns-Amerika van voldoende gekwalificeerd personeel te voorzien. Maar vooral omdat het bewezen is dat vrouwen 70 procent van hun verdiende inkomen weer investeren in het eigen gezin, tegenover 35 procent van de mannen. Hierdoor zijn hun dochters én zonen gezonder en gaan zij vaker naar school. Zo werkt de ontwikkeling van meisjes door op alle volgende generaties en ontstaat een sneeuwbaleffect waarmee de armoedespiraal doorbroken wordt.

Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking lijkt in te zetten op het vervangen van ontwikkelingshulp door handel drijven. Het is zeker waar dat bedrijven van kapitaal belang zijn om met hun investeringen economieën gezonder te maken en om bijvoorbeeld normen uit te dragen voor een faire behandeling van werknemers. Zo kunnen bedrijven een belangrijke rol spelen in armoedebestrijding, maar dit zal nooit genoeg zijn om armoede voorgoed te laten verdwijnen.

Ook bij oplevende economieën en in ontwikkelingslanden waar veel geld circuleert, zoals India, Brazilië en Ethiopië, zitten immers nog altijd miljoenen kinderen, en specifiek meisjes, in de knel. Nog steeds volgen veel kinderen niet meer dan alleen basisonderwijs en worden meisjes systematisch achtergesteld en gediscrimineerd. Schadelijke tradities zoals kindhuwelijken en meisjesbesnijdenissen verdwijnen niet als sneeuw voor de zon als handel en welvaart toenemen.

Sterker nog, het geweld tegen meisjes in de stad laait dan juist ook vaak op, zoals we dat recent zagen in India bij de brute busverkrachting en uiteindelijke dood van een 23-jarige studente. Meisjes verwerven meer kansen en vrijheden in de stad, maar de mannelijke omgeving heeft daar nog moeite mee. Angst voor verkrachting en geweld creëren no-go areas voor meisjes in de grote steden van de wereld. Dat weerhoudt meisjes ervan naar school te gaan, boodschappen te doen of gebruik te maken van publieke voorzieningen als wc’s of het openbaar vervoer. De economische groei loopt allerminst synchroon met cultuuraanpassingen en dat leidt tot gevaarlijke situaties.

Het blijft nodig om voorlichting te geven over kinder-en vrouwenrechten en om in gesprek te zijn met lokale leiders op alle niveaus. Dat vraagt specifieke kennis en contacten die je niet zomaar opbouwt en die je ook niet van bedrijven kunt verwachten. Daar ligt een belangrijke taak voor ontwikkelingsorganisaties zoals Plan en voor overheden die dergelijke ontwikkelingen willen stimuleren.

Doordat wij al jarenlang met lokale medewerkers actief zijn in deze landen, kennen we de lokale gebruiken, culturen en machthebbers. Dat stelt ons in staat om in samenwerking met bedrijven projecten op te zetten die meisjes ten goede komen. In Bangladesh bijvoorbeeld hebben we in samenwerking met ASN Bank centra opgericht voor meisjes die als huisslavin bij verre familie of rijke huishoudens werken. Ze krijgen er een paar uur per dag les in taal, rekenen en schrijven. Vaak kunnen ze daarna doorstromen naar het reguliere onderwijs, doordat we ouders en werkgevers weten te overtuigen van het recht op scholing en daarvoor ook een veilige omgeving bieden. Voor deze meisjes regelen we vaak een geboortebewijs, waarmee zij beter kunnen opkomen voor hun burgerrechten en bijvoorbeeld kunnen voorkomen dat zij te jong worden uitgehuwelijkt.

Opkomende landen met een groeiende economie zijn interessant voor bedrijven. Die bedrijven hebben goed opgeleid personeel nodig. Wanneer in het samenspel tussen bedrijven, overheden en niet-gouvernementele organisaties het onderwijs aan meisjes verbetert, is dat de snelste weg uit de armoede en hoeven meisjes geen steun meer te zoeken bij de VN voor hun basisrechten. Dit is ontwikkelingssamenwerking nieuwe stijl. En dat is toch meer dan louter handel drijven.

Monique van ‘t Hek

Inspireer je vrienden

Steun het werk van Plan! Sponsor een kind of steun onze meisjesprojecten!

Hoe kun jij helpen?

Steun onze meisjesprojecten

Sponsor een kind

Voor 25 euro per maand

Geslacht
Leeftijd