Hoop voor Syrische vluchtelingenkinderen

28 oktober 2015

Door Dr. Unni Krishnan, Hoofd Disaster Preparedness and Response, Plan International

Syrisch vluchtelingenkind AmalIn een overvolle zaal in een asielzoekerscentrum in Amman, de hoofdstad van Jordanië, maakt Amal* een tekening. Amal en haar moeder vluchtten naar Jordanië om aan het aanhoudende oorlogsgeweld in Syrië te ontsnappen. Amal weet niet hoe oud ze is, noch waar ze vandaan komt. Amal tekent, de hele dag. Ze doet me denken aan Aylan Kurdi, de Syrische peuter die, op reis naar Europa, in de Middellandse Zee verdronk. In tegenstelling tot Amal overleefde Aylan de reis naar de veiligheid niet.
Als ik naar de gezichtjes van de jonge kinderen in het asielzoekerscentrum kijk, word ik gegrepen door de immense omvang en gevolgen van de humanitaire crisis in Syrië. De kamer is vol verhalen van vervolging, ontheemding en onteigening, én van de flikkerende hoop op een betere toekomst, die diep onder al deze persoonlijke tragedies ligt begraven.

Geen uitweg

Wanneer ik vluchtelingen ontmoet, word ik altijd weer geraakt door het gegeven dat geen van hen deze reis zou hebben gemaakt als ze een keuze hadden gehad. Stel je voor: je woont in een wijk die onafgebroken wordt gebombardeerd, waar je constant het risico loopt slachtoffer te worden van sluipschutters of met de dood te worden bedreigd. Je kinderen verhongeren. Er is geen uitweg meer, je mogelijkheden zijn uitgeput. Wat zou jij doen? Ik moet denken aan de Somalisch-Britse schrijver en dichter Warsan Shire. Hij schreef: ‘Niemand zet zijn kinderen in een boot, tenzij het water veiliger is dan het land.’

Mijn reis van Londen naar Amman was een aangename vijf uur durende vlucht. De reis van vluchtelingen uit het Midden-Oosten kan weken of maanden duren, zonder de garantie dat zij hun bestemming ooit zullen bereiken. Bij de grenzen ontmoeten zij vaak vijandigheid en blokkades en ze beschikken doorgaans niet over de juiste papieren om te worden toegelaten. Het is een lange, moeilijke en onzekere reis.

12 miljoen mensen

Op dit moment bevinden we ons in een situatie die sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer is voorgekomen. Ongeveer 12 miljoen mensen zijn inmiddels getroffen door het conflict in Syrië. Bijna de helft van hen is een kind. We zijn getuige van de ontheemding van een hele generatie. In de afgelopen maanden heeft het World Food Programme drastisch gesneden in de rantsoenen in Syrische vluchtelingenkampen in de buurlanden. Dit heeft geleid tot een dramatisch hoogtepunt in de massale stroom vluchtelingen. Meer en meer Syrische vluchtelingen wagen nu de reis naar Europa, onzeker over hun lot, met niet meer dan de kleding die ze aanhebben.

Een vluchteling vertelt me dat hij veel liever in zijn eigen land zou wonen of, als dat niet kan, in een buurland. Maar al meer dan twee decennia lang trotseren mensen in grote delen van het Midden-Oosten bomaanslagen en geweld, ook in Iran, Irak en de bezette Palestijnse gebieden. Ook daar is geen veiligheid, geen eten en geen toekomst. Daarom zoeken meer mensen dan ooit hun toevlucht tot Europa.

Minder gelijk dan anderen

De meest kwetsbare vluchtelingen zijn kinderen jonger dan vijf jaar en kinderen die van hun familie zijn gescheiden. Kinderen in de schoolgaande leeftijd hebben nog kans op enige vorm van steun, maar de anderen worden gemakkelijk vergeten. Om te overleven, laten sommige families hun kinderen werken of dwingen hun jonge dochters te trouwen.

Vluchtelingen hebben rechten. De ‘Humanitarian Charter”, een leidend internationaal handvest voor humanitaire actie, benadrukt met klem het belang van het verstrekken van humanitaire hulp op een waardige en respectvolle manier. Rechten, hulp, waardigheid en respect zijn onlosmakelijke humanitaire uitgangspunten.

Syrische vluchtelingekinderen op Egyptische schoolWe moeten hulp bieden op alle niveaus. Dankzij de inspanningen van de regeringen van Turkije, Jordanië, Libanon en Egypte kunnen kinderen van vluchtelingen daar samen met de lokale kinderen naar school. Ook Duitsland en Zweden tonen een humane houding ten opzichte van vluchtelingen. Maar in andere delen van Europa blijkt dat compassie schaars. Dit moet veranderen. Beelden van vluchtelingenkinderen als Amal en Aiylan herinneren ons eraan dat sommige mensen minder gelijk zijn dan anderen – ze zijn niet welkom in hun thuisland en ongewenst in het buitenland. Zo zou het niet mogen zijn.

Ik vraag een groep kinderen in het asielzoekerscentrum wat ze willen worden als ze volwassen zijn. De helft wil later leraar worden, de rest arts of ingenieur. Deze kinderen zijn de toekomst.
Ondanks alle problemen en uitdagingen waarvan ik getuige was, zijn mijn bezoeken aan het Midden-Oosten inspirerend. Ik denk aan de woorden van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish: ‘Op dit land, hebben we wat het leven de moeite waard maakt.’
De wereld heeft gefaald tegenover Aylan. Kunnen we Amal wel helpen haar leven beter te maken?

Unni Krishnan reisde in september 2015 naar Jordanië om de situatie van Syrische vluchtelingen te beoordelen.
Plan geeft direct hulp aan Syrische vluchtelingen in Egypte en werkt samen met partnerorganisaties om in Syrië, Libanon en Irak hulp te bieden. Plan is bezig om de humanitaire respons in het Midden-Oosten verder uit te breiden.

*Deze naam is gewijzigd met het oog op de bescherming van kinderen.

Inspireer je vrienden

Steun het werk van Plan! Sponsor een kind of steun onze meisjesprojecten!

Hoe kun jij helpen?

Steun onze meisjesprojecten

Sponsor een kind

Voor 25 euro per maand

Geslacht
Leeftijd