Crisis in Oost-Afrika: een zee van vluchtelingen in een voetbalstadion

10 juni 2015

Door Steve Williams, noodhulpdeskundige Plan International

Terwijl de aandacht van de wereld – begrijpelijk – gericht was op de verschrikkelijke aardbeving in Nepal, voltrok zich in Oost-Afrika een andere humanitaire crisis. De beslissing van de president van Burundi om zich beschikbaar te stellen voor een derde termijn heeft geleid tot fel protest van de oppositie, die zo’n derde termijn ongrondwettelijk acht. Dit protest is geëscaleerd in zoveel geweld, dat duizenden mensen op de vlucht zijn geslagen.

Vluchtelingen uit Burundi2 201505-TZA-45-lpr

Wat begin mei begon met een handjevol vluchtelingen is uitgegroeid tot een vloedgolf van mensen die vanuit Burundi de grens met Tanzania over vluchten. In het grensgebied zijn inmiddels meer dan 100.000 Burundezen toegestroomd; meer dan 70.000 van hen zijn gestrand in het gehucht Kaguna, wachtend op de dagelijkse veerdienst, die hen naar de andere kant van het Tanganyika-meer kan brengen, waar de opvangkampen zijn.

In Kaguna zitten duizenden vluchtelingen, opeengepakt op de smalle strook land tussen de heuvels en het meer. Er is niet eens genoeg ruimte om tentjes op te zetten. Families zitten dij aan dij en wachten op een plek op de boot. Ze weten nog niet dat de situatie aan de andere klant van het meer niet heel veel beter is.

Ondraaglijke stank

Ik ben naar Tanzania gekomen om het team van Plan te ondersteunen bij de opvang van de vluchtelingen uit Burundi. Het kostte 36 uur om van Londen naar de stad Kigoma te reizen. Mijn Plan-collega’s brengen me na mijn aankomst meteen naar het transitiekamp, dat voor nu is gevestigd in het voetbalstadion van Kigoma. Van daaruit gaan de vluchtelingen, na een onderbreking van een paar uur, naar een meer permanent opvangkamp in Nyarugusu, ongeveer twee uur rijden landinwaarts. Dat is althans de bedoeling. Maar omdat Nyarugusu al overvol is en de autoriteiten de instroom van nieuwe vluchtelingen niet meer kunnen bijbenen, moeten families vaak dagen in het voetbalstadion blijven.

Vluchtelingen uit Burundi 201505-TZA-65-lpr

Als ik door de spelerstunnel van het stadion inloop, is de ondraaglijke stank het eerste dat me treft. De beschikbaarheid van water en sanitaire voorzieningen in het stadion zijn niet berekend op zoveel mensen. Het verbaast me niet als ik hoor dat cholera al aan 33 mensen het leven heeft gekost.

Te mager

Dan kom ik de tunnel uit en zie het voetbalveld en een zee van vluchtelingen. Families clusteren samen, bovenop de paar spullen die ze op hun vlucht hebben kunnen meenemen.
Op dit veld wachten zo’n 1.000 tot 3.000 mensen, afhankelijk van de in- en uitstroom van vluchtelingen. Kinderen zijn overal. Ze dwalen in groepjes rond en kijken met grote ogen naar de menigte die wacht op hun voedselrantsoen. Maar de meesten zitten stilletjes en teruggetrokken, met neergeslagen ogen. Ze zijn bijna allemaal te mager en ook hun doffe, dunne haartjes wijzen op ernstige ondervoeding.
Hulpverleners rennen rond, oververmoeid en gefrustreerd, maar vastbesloten alles te doen om de situatie in de hand te houden. “De solidariteit onder de vluchtelingen is groot”, vertelt mijn Plan-collega Oscar Kapande. “Er wordt niet gestolen en er is nauwelijks geweld, maar dit moet niet te lang duren. Zoveel mensen in zo’n wanhopige situatie. Ik maak me vooral zorgen over de kinderen. Veel van hen hebben hun ouders verloren en zijn hier alleen.”

In actie komen

Plan was een van de eerste organisaties die een noodhulpteam naar Tanzania stuurde. We werken samen met het Rode Kruis aan cholera-preventie en richten in samenwerking met Unicef en IRS (International Rescue Committee) tijdelijke kindvriendelijke ruimtes in, waar de Burindese vluchtelingenkinderen worden opgevangen en kunnen worden doorverwezen voor medische zorg. En we gaan ons ook inzetten om zo snel mogelijk onderwijs voor de kinderen te regelen.
Kindbeschermingsdeskundige Monica Nyagata vertelt me over de enorme problemen die deze kinderen het hoofd moeten bieden: “Veel kinderen arriveren hier alleen. Ze zijn hun ouders kwijtgeraakt tijdens hun vlucht of hun ouders zijn overleden aan cholera of zijn ziek. En veel kinderen zijn in hun eentje uit Burundi gevlucht en hebben helemaal niets.” Dan breekt een lach door op Monica’s gezicht, want af en toe zijn er ook lichtpuntjes. Gisteren is het gelukt om een paar kinderen te herenigen met hun ouders, die in het ziekenhuis bleken te liggen.

Het is duidelijk dat Plan en andere organisaties hier doen wat mogelijk is. Dat is een begin, maar het is niet genoeg. De internationale gemeenschap moet ook in actie komen om deze humanitaire crisis af te wenden, levens te redden en het voor deze vluchtelingen in elk geval de minimumbestaansmiddelen mogelijk te maken.

Inspireer je vrienden

Steun het werk van Plan! Sponsor een kind of steun onze meisjesprojecten!

Hoe kun jij helpen?

Steun onze meisjesprojecten

Sponsor een kind

Voor 25 euro per maand

Geslacht
Leeftijd