Bestrijding van ebola: temperaturen en handen wassen met chloor

17 februari 2015

Melle Brinkman, Disaster Risk Management coördinator bij Plan Nederland, is voor een aantal weken in Guinée om het Plan-team daar te adviseren en te ondersteunen in de strijd tegen ebola. Hij houdt een blog bij.

Plan Nederland_MelleBrinkman.2015

Het is zaterdag en het kantoor van Plan in Conakry is dicht. Na een paar hectische dagen, waarin ik van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat heb doorgewerkt heb ik eindelijk tijd voor reflectie op mijn missie hier: het ondersteunen van een nieuw programma om ebola te bestrijden, waarvoor Plan Nederland en een aantal andere organisaties een bedrag van €1,4 miljoen hebben gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Gezien het gebrek aan mankracht bij Plan Guinée is mij gevraagd om hierbij te ondersteunen.

Ik lever mijn paspoort liever niet in

Afgelopen maandagavond (9 februari) ben ik aangekomen in Conakry. Ik word opgewacht door een douanebeambte die me een visumaanvraagformulier geeft, ingevuld en wel. Dat noem ik nou een welkom ontvangst. Maar de euforie is van korte duur. Het blijkt dat ik mijn paspoort moet inleveren en pas de volgende dag terug zal krijgen. Mmmm, ik houd er niet van om zonder paspoort in een ver buitenland rond te lopen, maar veel keus heb ik niet. Een vriendelijke Plan-collega wacht me op en wimpelt meteen ook de politieagenten af, die geld wil hebben voor mijn paspoort. Voordat ik het hotel in mag, word ik getemperatuurd en moet ik mijn handen met chloor wassen. Mooi, het anti-besmettingsprotocol wordt gehandhaafd. Het leek er even op dat de ebola-epidemie bijna over was, maar de laatste week is het aantal gevallen weer gestegen.

Handen wassen met chloor

De volgende morgen word ik opgehaald en naar het kantoor van Plan gebracht. Mijn temperatuur wordt weer gemeten, ik was mijn handen met chloor en ik kan naar binnen. Daar word ik voorgesteld aan mijn Plan-collega’s en voor ik er erg in heb, heb ik drie mensen een hand gegeven. He, hoe kan dat nou en hoe zit het met het protocol, dat ieder lichamelijk contact, ook handen geven, ten strengste afraadt? En hoe is het mogelijk dat ik, na het lezen en herlezen van alle foto 2 Guineeinformatie over besmetting en hoe dat te voorkomen mensen nu toch een hand heb gegeven? Ik voel me er ongemakkelijk bij, was mijn handen nog maar een keer met chloor en neem me voor dit niet meer te doen. Dat valt nog niet mee. Verschillende mensen steken met een brede vriendelijke glimlach hun hand naar mij uit, maar ik knik vriendelijk en houd mijn handen thuis. Het wordt in de loop van de dag bijna een sport om te vermijden mensen aan te raken. En ik realiseer me nu pas hoe snel je lichamelijk contact hebt met mensen: even een aanraking op de schouder, even een tikje op de arm, iemand die even tegen je aan loopt. Of de ober ’s avonds, die flink zwetend de rekening komt brengen. De alarmbellen gaan rinkelen en ik houd me voor: afstand houden, handen wassen met chloor, mijn arm net iets opzij schuiven zodat het vriendschappelijke klopje net niet lukt. En heb ik de pen van de zwetende ober toch aangeraakt, dan haal ik de fles met chloor weer tevoorschijn. En zo maneuvreer ik mezelf door de dag.

Overigens is mijn grootste angst niet zozeer ebola – de kans om dat op te lopen is bijzonder klein. Ik vind het vervelender als ik hier malaria zou krijgen, of diarree. Alles met koorts wil ik vermijden, en ziekenhuizen al helemaal. Ik liep laatst een blokje om, en ik ben dan ‘banger’ voor het verkeer of voor gaten in de weg dan voor het oplopen van ebola.

Wantrouwen helpt niet in bestrijding

Dag twee van mijn verblijf in Guinée zit ik bij de national coördination meeting, eenPlan Guinee foto 1_n vergadering georganiseerd door de overheid voor alle spelers in de ebola-bestrijding, zoals het Rode Kruis, de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), Artsen zonder Grenzen en Plan. Hier worden de laatste updates uitgewisseld en de problemen besproken, zoals de argwaan en agressie van de lokale bevolking jegens de ebola-bestrijders. Veel dorpelingen denken nog steeds dat de mannen in witte pakken opzettelijk ebola verspreiden. Deze argwaan is hardnekkig en zorgt ervoor dat mensen de adviezen om besmetting te voorkomen in de wind slaan. Dat is funest bij het bestrijden van de ziekte. Want als mensen bijvoorbeeld blijven doorgaan met traditionele begrafenissen, waar de ebola-doden onbeschermd worden aangeraakt, wordt het erg lastig om de ziekte in te dammen.

Volgende week wordt een begin gemaakt met de eerste vaccinaties tegen ebola, hoorde ik van een medewerker van de WHO. Ik ben bang dat ook daar weerstand tegen zal zijn…

Post ebola: alert-systemen

Ondertussen ben ik natuurlijk ook bezig met het project waarvoor we financiering hebben gekregen. Met dit project gaan we gezondheidscentra en de gezondheidszorg verbeteren, trainingen geven en de alert-systemen verbeteren. Dit betekent dat als een verdacht ziektegeval wordt gesignaleerd, dit direct wordt doorgegeven aan de gezondheidsinstanties op districtsniveau, dat de data worden geanalyseerd en wordt doorgegeven tot op nationaal niveau. De respons kan dan veel sneller in gang worden gezet. Dit systeem bestaat al, maar is nog niet effectief.

We hebben het programma nu zo goed mogelijk aangepast en besproken met alle betrokken medewerkers. Volgende week hoop ik dit bij de veldposten van Plan uit te rollen zodat we snel met de implementatie kunnen beginnen. Daarover binnenkort meer.

Inspireer je vrienden

De nadruk van Plan’s werk ligt op duurzame ontwikkeling, maar Plan heeft in de loop der jaren ook grote expertise opgebouwd in kindgerichte noodhulp.

Draag bij!

Doneer aan het Noodfonds van Plan

Jouw bijdrage is hard nodig!

Als een natuurramp of geweldsconflict een van de gebieden treft waar Plan werkt, biedt Plan noodhulp en bescherming en draagt bij aan de wederopbouw.

Jouw bijdrage is hard nodig!