Hulp nodig voor vluchtelingenkinderen uit de Centraal Afrikaanse Republiek

20 mei 2014

Meer dan 36.000 kinderen uit de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) zijn de grens naar Kameroen over gevlucht. Veel van hen zijn alleen en de meeste van hen hebben snel voedsel en medische zorg nodig, waarschuwt Plan. Op de vlucht voor het geweld in hun land moesten ze het hoofd bieden aan honger, ziekte en aanvallen van de strijdende partijen.

“Veel kinderen komen meer dood dan levend de grens over”, vertelt Famari Barro, directeur van Plan in Kameroen. “Ze zijn ernstig ondervoed en ziek. Plan en de andere humanitaire organisaties die zich inzetten voor de kinderen kunnen de toestroom nauwelijks aan. Er zijn honderden kinderen met tuberculose, bloedarmoede, longontsteking en diarree. Ze hebben acuut medische hulp nodig om te overleven.”

Tienermoeders
Volgens de meest recente cijfers van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, zijn er meer dan 80.000 vluchtelingen uit de CAR naar Kameroen gevlucht sinds de escalatie van het conflict in hun vaderland afgelopen december. Bijna de helft van hen zijn kinderen, onder wie tienermoeders met jonge baby’s.

Elke week arriveren minstens 1.000 nieuwe vluchtelingen bij de 12 grensovergangen in Kameroen. Ze worden ondergebracht in vijf opvangkampen in het noorden en oosten van het land. Een groot aantal vluchtelingen vindt bovendien onderdak bij gastgezinnen, maar in de betrokken communities is de druk daarvan bijna onhoudbaar geworden.

Horrorverhalen
Plan, de grootste hulporganisatie die noodhulp biedt aan de vluchtelingen in Kameroen, heeft een tweejarig programma op poten gezet om de crisis te bezweren. Voorlopig gaat het daarbij om de eerste levensbehoeften van de vluchtelingen en met name van de kinderen, die bijna allemaal zijn getraumatiseerd. “Zij hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt en waren getuige van extreem geweld”, vertelt Henri-Noel Tatangang, Plan’s noodhulpspecialist in de regio West-Afrika. “Onze veldwerkers horen dagelijks de horrorverhalen, van kinderen die zagen hoe hun ouders werden afgeslacht; van tienermoeders die getuige waren van de moord op de vader van hun kind of van familie.”

Kadidja is nog maar 15. Ze heeft onderdak gevonden in Gbiti en vertelt hoe bang ze is, nog steeds. “Ik heb zoveel moorden gezien. En zoveel kinderen die onderweg dood zijn gegaan. Ik ben het bos ingevlucht en ben blijven lopen. Met mijn baby.”

Beperkte hulpmiddelen
De omvang van de vluchtelingencrisis in Kameroen neemt dagelijks toe en de beschikbare hulpmiddelen zijn beperkt. Henri-Noel Tatangang: “Het is een vreselijke en overweldigende situatie, maar wat er ook gebeurt: wij werken de klok rond om ieder vluchtelingenkind te bereiken dat onze hulp nodig heeft.”

Inspireer je vrienden

Steun het werk van Plan! Sponsor een kind of steun onze meisjesprojecten!

Hoe kun jij helpen?

Steun onze meisjesprojecten

Sponsor een kind

Voor 25 euro per maand

Geslacht
Leeftijd